Kleigrond loswoelen zonder deze om te spitten

Bij klei levert omspitten meer problemen op dan dat het oplost. De bodem loswoelen door barsten te maken levert een beter resultaat op met minder inspanning, mits het interventiemoment in acht wordt genomen.

Openbreken in plaats van omspitten: minder inspanning, een beter resultaat. Dit zijn de sleutels om het goed aan te pakken:

1 Waarom omspitten contraproductief is 2 De kalender 3 Na de passage 4 Ergonomie op kleigrond

Samengevat

Omspitten vormt een ploegzool, werkt organisch materiaal anaeroob onder en keert het bodemleven om. De woelvork breekt de grond open zonder deze om te draaien. De herfst is de referentieperiode op zware klei: de wintervorst zet het openbreken gratis voort. Na de passage: bedekken, altijd.

Waarom klei omspitten contraproductief is

  • De spitlaag. De voet drukt op de spade, de ploegzool verdicht. Bij elke passage vormt zich een compacte laag op een constante diepte. Op kleigrond, waar de afwatering toch al beperkt is, houdt deze onderlaag het water precies daar tegen waar het juist zou moeten doordringen.
  • Anaeroob onderwerken. Omspitten zorgt ervoor dat het organisch materiaal van het oppervlak in een zuurstofarme bodemlaag terechtkomt. Ontbinding verloopt daar moeizaam.
  • De kluiten zijn weer aan de oppervlakte. Het omspitten brengt diepe kleiblokken aan het oppervlak. Als ze aan de oppervlakte zijn opgedroogd, verharden ze tot klompen die niet gemakkelijk te breken zijn. De bodem ziet er meer bewerkt uit dan vóór de interventie, maar dat is niet het geval.
  • De omkering van de lagen. Het bodemleven is gelaagd. De aerobe organismen die aan het oppervlak leven, worden begraven. Diep levende organismen komen weer aan de oppervlakte. Beide populaties lijden hieronder.

De kalender

  • Herfst (oktober-november). De referentieperiode op zware klei. De grond is na de eerste regenbuien opgedroogd en nog steeds droog genoeg om open te breken. De wintervorst zet vervolgens het werk in de open scheuren voort: het water bevriest, zet uit en doet de aggregaten barsten. Dit is een gratis openbreken van de grond die alleen werkt als de grond eerder is losgewoeld.
  • Einde van de winter/begin van de lente. Een tweede passage is mogelijk op grond die is opgedroogd, vóór het zaaien. In de praktijk is deze periode korter: op kleigrond is de tijd tussen het dooien en de eerste teelten beperkt.
  • Zomer. De grond is te droog, er heeft zich een korst aan het oppervlak gevormd. Een oppervlakkige bewerking om de korst te breken is nog mogelijk na een onweersbui.
  • Putje winter. Te vermijden. Doorweekte of bevroren grond.

Na de passage

Losgewoelde kleigrond die onbedekt wordt gelaten, sluit zich weer. Het volgende onderdeel van de bewerking is het bedekken:

  1. Rijpe compost op het oppervlak aanbrengen
  2. Mulchlagen aanbrengen of een groenbemester met een draaibare zaaimachine inzaaien
  3. Passage het jaar nadien

Meer info: Organisch materiaal en bodembedekking op kleigrond.

Ergonomie, vooral als je op kleigrond werkt

Op zware grond is de hefboomkracht groter dan elders. Juist in deze context komt het ontwerp van het hulpmiddel goed tot zijn recht.

Het concept van de woelvork is bedacht door een fysiotherapeut: twee handgrepen, werken in staande houding, een schommelende beweging waarbij het lichaamsgewicht wordt gebruikt in plaats van de rug. Op een kweekbed volledig van kleigrond is het verschil met het omspitten aan het einde van de sessie meetbaar.

Onze Guérilu-modellen zijn voorzien van stalen stangen en handgrepen. Bij klei, waar de trekkracht het grootst is, is het handvat het punt dat bij minder stevige gereedschappen als eerste bezwijkt.

Meer info: Woelvork voor kleigrond: welk model moet je kiezen.

De aanpak van Dumtis

We produceren de Guérilu in Theux, België, samen met groentetelers en tuiniers die op allerlei soorten grond werken.

Ontdek het Guérilu-gamma

Lees ook

Woelvork voor kleigrond: welk model en welke methode Kleigrond: hoe die verbeteren en bewerken Organisch materiaal en bodembedekking op kleigrond